Interview : Korneel De Rynck

Interview met Korneel De Rynck

In ons uitgebreid team van Standaard Boekhandel Kapellestraat – Vlaanderenstraat Oostende hebben we een fantastische schrijver : Korneel De Rynck.  Hij schreef reeds enkele geschiedkundige boeken en zijn laatste boek is een heel mooi kinderboek.  Daarom wou ik hem zeker eens interviewen.    Ik vind het altijd interessant om te weten hoe iemand een boek schrijft en waarom.  Het is steeds een boeiende reis…  Je kan al zijn boeken bij ons in de winkel verkrijgen.

 

1. Wanneer ben je begonnen met schrijven? 
 
In het lager onderwijs was spelling echt mijn vak: ik schreef verhaaltjes en maakte er zelf tekeningen bij. Tijdens mijn opleiding Geschiedenis en Internationale politiek focuste ik me vooral op het schrijven van mijn papers, de rest was van secundair belang. In 2008 won ik voor mijn geschiedenisthesis de Vlaamse Scriptieprijs, vooral – aldus de jury – omwille van de schrijfstijl. Dat voelde toch als een uitnodiging om auteur te worden. Uitgeverij EPO sprong meteen op de kar, en ik kreeg van hen carte blanche. Zo kwam mijn debuut tot stand: ‘De tuin van Tito’, over mijn reis door ex-Joegoslavië, langs de spoorlijn Belgrado-Sarajevo. Sindsdien is er geen week voorbijgegaan zonder dat ik me bezighield met schrijven. Na ‘de Tuin van Tito’ kwam ‘IJzeren oogst. Een reis door Europa en de Grote Oorlog’ en ‘In Europese velden’, de eerste WOI-reisgids over Europa.
  
2. En wat was de aanleiding om die geschiedenisboeken te schrijven?
 
Ik ben van opleiding historicus, dus die boeken zijn gewoon een verderzetting daarvan. ‘De tuin van Tito’ schreef ik omdat ik vond dat ik – ondanks mijn opleiding – te weinig wist van de Balkan. Ik heb gewoon mijn persoonlijke ontdekkingstocht neergeschreven, en gedeeld met de lezer. De twee boeken over de Eerste Wereldoorlog zijn ook gemakkelijk ‘te verklaren’: als je bent opgegroeid in West-Vlaanderen, met familie in de Westhoek, dan is dat niet vergezocht 🙂 Voeg daarbij mijn interesse in reizen, en je ziet het hele plaatje.
 
3. Welke voorbereidingen en onderzoeken heb je gedaan voor die boeken?
 
Tientallen boeken heb ik gelezen, interviews, reizen… er kruipt heel veel tijd in. Je bent algauw maanden bezig met de voorbereidingen, soms langer dan het schrijven zelf. Maar een goede voorbereiding is wel noodzakelijk, anders valt het boek in elkaar.
 
4. En plots verschijnt er een prachtig kinderboek.  Hoe is dit gegroeid bij jou?
 
‘De tuin van Tito’ ging over een zwaar thema: conflict, verzoening. Na dat boek had ik even nood aan iets lichters. Ik heb een tafeltje buiten gezet en ben plots, geïnspireerd door de boeken van Toon Tellegen, wat dierenverhaaltjes beginnen schrijven. De eerste trokken op niet veel, maar daarna begon er toch wat lijn in te zitten. Schrijven zonder duizend opzoekingen te moeten doen, het voelde toch als een bevrijding. Voor en na ‘IJzeren oogst’ heb ik af en toe verdergewerkt aan de verhaaltjes, en op het einde heb ik er nog een paar aan toegevoegd.
En zo ontstond ‘Waarom een bos geen ramen heeft‘. Ik zie mezelf niet louter als een historicus, maar vooral als een schrijver in het algemeen. Ik wil verhalen schrijven, of het nu zwaardere historische verhalen zijn, of lichte dierenparabels… Voor mij is het dus niet zo verrassend dat ik een kinderboek heb geschreven. Het geeft veel voldoening dat ze puur uit mijn hoofd zijn gekomen, dat ik ze van nul heb uitgevonden. Het zijn geen observaties, zoals in de geschiedenisboeken.
 
5. Waarom dierenverhalen?  Waar haal je je inspiratie?
 
Dat ging automatisch. Wellicht omdat ik net als veel mensen met dierenverhalen ben opgegroeid. Met dieren kun je ook alle kanten uit, het is een andere wereld. En het is leuk om ze menselijke eigenschappen te geven. Plots krijgen ze ‘onze’ kleine kantjes en ontstaat er herkenning. De inspiratie komt ook vanzelf, onbewust, maar achteraf bekeken heb ik ze gehaald uit onze ‘mensenwereld’: verhalen van mensen, films, dingen die vrienden meemaken, de eigen jeugd. Of ik keek naar buiten, zag iets en kreeg een idee: ik zag de zon en maakte ze plots vierkant, ik zag een muur en zette die zomaar in het bos,… De ideeën komen dus van overal, het is moeilijk te zeggen van waar precies.
 
6. Bevatten ze allemaal een bepaalde les?  Waarom?
 
In de meeste zit er wel een bepaalde boodschap. Het gaat dan over vriendschap, liefde, bedrog, identiteit, elkaar iets wijsmaken, tot inkeer komen, levensvragen,… De beer die niet meer weet wie hij is, de kikker die verliefd is op de schorpioen maar het niet durft zeggen, de spin die eenzaam is,… Maar zonder het te zwaar of te moralistisch te maken. Het zit er subtiel in verweven en staat het verhaal niet in de weg, denk ik. Je kunt er na het voorlezen even over praten met (je) kinderen. Maar je hoeft de les er niet per se uit te halen, je kunt ook gewoon het verhaaltje op zich lezen, als een klein avontuurtje met een bepaalde twist. Ik wilde leuke, grappige verhaaltjes schrijven die misschien ook een beetje leerrijk kunnen zijn – als je dat wil.
 
7. Hoe ben je tewerk gegaan om een illustrator te vinden?
 
Ik heb vooral online gezocht en ben zo – in overleg met uitgeefster Els De Pooter – tot een lijst van een vijftal vrij bekende illustrators gekomen wiens stijl ik wel vond passen bij het boek. De illustraties moesten net als de verhaaltjes zijn: niet te gemakkelijk, niet té lief en met meerdere lagen. Op die lijst stond dus ook Joris Thys. Ik stuurde hem een paar verhaaltjes op, en hij was meteen bereid om mee te doen. Nog geen seconde spijt van gehad! De tekeningen zijn echt kleurrijke schilderijtjes.
 
8. Welke boeken lees je zelf graag?
 
Romans, thrillers en historische of maatschappelijke non-fictie. Ik las net ‘De stamhouder’ van Alexander Münninghoff, een overweldigende familiekroniek, getekend door oorlog, scheiding, overspel, machtswellust,… Ik wou dat ik ook zo’n familie had, dan was ik nu al aan het schrijven 😉 (grapje). Laatst las ik ook ‘De greppel’ en ‘Gemakkelijk leven’ van Herman Koch: van minder niveau dan zijn vorige werk, maar toch blijf ik fan van de schrijfstijl van Koch. Next: ‘Een klein leven’, schijnt een emotionele mokerslag te zijn. En in de geschiedenisafdeling staan er ook nog een paar boeken te wachten, maar je moet natuurlijk tijd hebben.
 
9. Welk boek zou je ooit nog eens willen schrijven?
Ik zou wel graag een nieuw kinderboek schrijven met verhaaltjes om voor te lezen aan mijn zoon. Een roman staat ook nog op de lijst, maar ik weet niet of ik dat zal kunnen. En dan zijn er nog verschillende non-fictie-plannen, maar die vereisen meestal een reis in het buitenland; dat is voor het moment iets moeilijker, met die kleine 😉
10. Wat is je volgend project?
Momenteel ben ik een eventueel nieuw geschiedenisboek aan het voorbereiden, puur over België. Maar er staat nog niets vast, ik ben aan het kijken of het mogelijk is, of er genoeg materiaal bestaat.
11. Je bent een kersverse vader.  Hoe heeft de komst van je zoon Kamiel je visie op boeken en lezen veranderd?
 
Wel, ik heb een eerste kinderboek geschreven, terwijl ik me daarvoor enkel met geschiedenis bezighield. Dat is al een flinke verandering in mijn schrijverschap. Daarnaast merk ik dat ik sinds het begin van de zwangerschap meer let op de schoonheid van kinderboeken. Mijn vrouw en ik zullen ook proberen om veel voor te lezen, vanaf nu al, zodat zijn taalvaardigheid zich goed ontwikkelt en hij een liefde krijgt voor woordenschat – zonder het op te dringen, het moet vanzelf gaan. Gisteren las mijn vrouw het eerste verhaaltje uit mijn kinderboek voor, over de vierkante zon. Hij staarde minutenlang naar de kleurrijke tekening en sloeg met zijn rechterhand op het boek: ik denk en hoop daaruit te mogen afleiden dat hij het leuk vond 🙂
12. Wat zou jij later willen voorlezen aan Kamiel?  Wat is volgens jou een goed kinderboek?
Een goed kinderboek moet volgens mij een leuk verhaal hebben, veel verschillende woorden én een dosis humor. En liefst ook wat absurditeit, zodat ze  buiten de lijntjes denken. Er mogen best wat dubbelzinnigheden in zitten; zo worden ze wat uitgedaagd. Te klassiek of voorspelbaar is uit den boze. Ik denk spontaan aan het werk van Annie M. G. Schmidt en ‘Lodewijk, de koningspinguïn’ van Dimitri Leue. ‘Brieven aan mijn zoon’ van Wouter Deprez is niet echt een kinderboek, maar ook wel heel leuk. Ik moet me nog volop verdiepen in de kinderboekenwereld, om de beste boeken te kopen voor Kamiel.
Beste Korneel, heel erg bedankt voor dit boeiend en leerrijk interview.  We zijn heel trots op jou en wensen je gezinnetje veel geluk.  
Ik wens je ook veel succes met je schrijverschap en kijk uit naar je volgend boek.   

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *